Vanaf het moment dat ik wist dat het mijn passie is om te werken met kinderen, jongeren en gezinnen was het voor mij heel erg duidelijk in welke richting ik mijn hulpverlening wilde opbouwen. Doorheen mijn jaren als begeleider/opvoeder binnen jeugdzorgvoorzienigen was het mijn doel om een zo goed mogelijke, huislijke, vervanging te bieden voor de periode dat de kinderen/jongeren in de voorziening verbleven. Dit doel gaat niet enkel om het bieden van een huislijke sfeer. Het was/is altijd mijn missie om hen te doen ontwikkelen in de mooie individuen die ze zijn.

Doorheen mijn ervaring zijn er enkele persoonlijke eigenschappen sterk aan het daglicht gekomen. Deze eigenschappen zijn voor mij, de dag van vandaag, gebundeld in 5 basisprincipes waarvan ik overtuigd ben dat deze ten goede komen in de connectie met kinderen en jongeren, zelfs met anderen in het algemeen!

Het gaat om volgende basisprincipes:

  1. Start een contact vanuit vertrouwen.
    • Ongeacht het dossier dat je al of niet voor je hebt gekregen of het idee dat je van het kind of de jongere hebt vanuit “van horen zeggen”. Het is veel makkelijker om ons te laten leiden door wat we horen en lezen, dan dat we de tijd nemen om de persoon voor ons effectief te leren kennen. Daarom wil ik de noodzaak om dit even niet te doen benadrukken.
    • Leg alles wat je denkt te weten even aan de kant en ga als een onbeschreven blad aan de slag met elke jongeren en met elk kind. Geef vertrouwen, vertrek niet vanuit wantrouwen omdat je iets negatiefs hebt gelezen.
    • Onthoud dat er vertrouwen van jou als coach, hulpverlener, leerkracht, ouder enzoverder, noodzakelijk is om ook het vertrouwen te krijgen en om een hechte band te kunnen opbouwen.
    • Fouten zijn er om uit te leren en wees daarom diegene die vertrouwd op het feit dat verandering mogelijk is wanneer we geduld hebben en het goede proberen te zien.
    • Weet ook dat soms mensen ook niet geholpen willen worden. Dan is het nog belangrijk dat je dat vertrouwen hebt gegeven omdat dan zij op één dag wel kunnen terugblikken op die ene persoon die wel in hen geloofde.
  2. Start een contact door het geven van respect.
    • Respect is een tweede basisprincipe. Het lijkt allemaal zo logisch maar ik zou het niet allemaal neerschrijven als dit niet noodzakelijk was. Al te vaak wordt respect nog afgedwongen, het idee “ik ben groot en jij bent klein dus jij moet luisteren” schuilt nog achter heel wat hoeken.
    • Laten we even heel erg duidelijk zijn dat je geen respect krijgt door macht uit te oefenen vanuit een bepaalde positie! Wanneer je respect geeft voor het zijn van de ander, krijg je respect en door dat respect krijg je ook veel meer gedaan of gaan je ze ook effectief aanhoren.
    • Door respect te geven en deze dan ook te verkrijgen kan je verder naar het maken van afspraken waar alle partijen zich in kunnen vinden, gaan afspraken minder verbroken worden omdat men denkt aan wat het met jou of met de ander doet. Respect zorgt ook mede voor connectie.
  3. Start een contact vanuit je hart, en niet omdat het moet of vanuit een studie.
    • Methodieken zijn een belangrijk onderdeel van je begeleiding en handelingsplannen, je functie maakt dat je begeleidingen moet doen of je die contacten moet hebben met gezinnen en jongeren/kinderen. Ook vanuit de maatschappij zijn er bepaalde moetens die geïntegreerd worden in je opvoeding van je kinderen.
    • Neem dan even een stap terug en bekijk waar de belangrijkste waarden en normen liggen vanuit je buikgevoel en niet vanuit wat volgens anderen moet gebeuren of hoe men volgens anderen zich moet gedragen.
    • Een connectie maken met een kind/jongere, of een ander in het algemeen, doe je niet door hem/haar in een hokje te plaatsen met gedragingen die “opgelegd” worden. Kijk naar de persoon die voor jou staat en wat past voor hem/haar. Wat is dan het belangrijkste, wat een ander denkt of hoe die jongere/kind zich voelt? Wat is dan het belangrijkste, dat er acting-out gedrag komt omdat hij/zij niet gehoord wordt, of dat, ondanks het blauwe haar, het kind/de jongere alles tegen je durft te vertellen en je samen een pad bewandelt.
  4. Luister en kijk tussen de regels.
    • Gedrag is niet altijd zomaar gedrag, onthoud dat! Gedrag is een onuitgesproken boodschap!
    • Een jongetje van 6 jaar dat zijn boekentas doorheen de huiskamer gooit en een driftbui krijgt omdat het zijn huiswerk van wiskunde moet maken is niet noodzakelijk om dat moment een irritant kind, het zegt iets, misschien heeft hij het moeilijk met wiskunde en schaamt hij zich omdat kinderen vanuit de klas hem hebben uitgelachen, misschien voelt hij zich dom omdat hij niet goed is in wiskunde,… Laat het gedrag het kind niet definiëren!
  5. Love unconditionally, installeer of versterk jouw vermogen om de ander onvoorwaardelijk te accepteren.
    • Heb jij het al eens gehad dat je iemand zo zeer wil overtuigen van jou gelijk? Dat je zo zeker bent dat jij het aan het juiste einde hebt en dat de andere toch maar op een vreemde manier naar de dingen kijkt?
    • STOP! Jij bent niet de ander en andersom! Je zult zien hoe de ander zijn/haar houding veranderd naar jou wanneer je aangeeft dat jij het niet eens bent maar hem/haar wel respecteert om zijn/haar mening.
    • Dat is onvoorwaardelijke acceptatie, je kunt het onmogelijk met iedereen eens zijn, dat is ook helemaal niet nodig. MAAR het maakt de ander ook niet slecht om te denken hoe hij/zij denkt, het maakt hen even goed slechts mens. Daarom is het noodzakelijk dat we wel open staan voor de persoon achter het idee, en niet de mens definiëren omwille van zijn manier van denken.

Onlangs heb ik mogen kennis maken met de ideeën van Amy McCready, oprichtster van Positive Parenting Solutions. Zij is een grote dame in America als het gaat om opvoeding met een back to basics instelling. Het gaat erom je kinderen te leren kennen, hen verantwoordelijkheid en discipline aan te leren en hen te betrekken bij mogelijke consequenties die je invoert rond bepaald gedrag.

Haar grootste focus is het leren kennen van gedrag en de motivatie achter bepaald gedrag van je kind/puber. Concreet komt het er op neer dat je op een gepaste manier ingaat op de onderliggende noden van je kind. Dit wil zeggen dat je hem/haar ook enige mogelijkheid biedt om het leven te reguleren volgens de nodige verantwoordelijkheidszin en discipline die men opbouwt doorheen de opvoeding. De regulatie van de eigen ik start al vanop jonge leeftijd. Neem nu bijvoorbeeld potty-training, dat is soms een ware nachtmerrie, een kind dat steeds in crisis gaat omdat je zegt dat hij/zij op het potje moet gaan zitten. Op dat moment is het kind reeds op zoek naar mogelijke eigen regulatie van de eigen ik. Zo zal het kind bij zichzelf denken “ik wil gaan zitten wanneer ik er klaar voor ben en wanneer je me dwingt ga ik in crisis”.

Kinderen gaan ook op zoek naar veiligheid via gedrag. Ze kunnen zich soms erg misdragen net om te kijken hoe wij, als volwassenen, hierop gaan reageren. Bieden we veiligheid? Mogen ze zichzelf leren ontdekken? Gaan we beginnen roepen en tieren? Moet het allemaal onze eigen ideeën zijn of mogen zij hun eigenheid in onze manier van denken integreren? Dus in dat op zich mogen we ook zeker niet vergeten dat wanneer een puber voor ons acting-out gedrag stelt, dat er misschien wel heel wat zaken zijn die hij/zij eigenlijk van ons wil te weten komen.

Kunnen we het hen eigenlijk kwalijk nemen? Hebben we niet allemaal nood aan controle over ons eigen leven en willen we niet allemaal onze eigen ik ontdekken? Mogen er niet eens zijsprongen gemaakt worden om af te tasten wat dit met ons doet? Uit fouten ontdekken we, zowel jong als oud, wie zijn wij als ouder dan om ons kind/jongere dit te ontzeggen?

Kinderen en jongeren hebben nood aan aandacht, bevestiging dat ze iets goed hebben gedaan, luisteren wanneer ze je willen aanspreken, gehoor geven aan hun gevoelens, …. Wanneer kinderen geen positieve aandacht krijgen gaan ze om aandacht vragen via het uiten van gedrag met een negatieve ondertoon. In dit opzicht zit dus de nood aan aandacht achter het negatieve gedrag.

Nu wil ik het even concreet hebben over de crisissen met je kind(eren), het roepen, tieren, straffen, of toegeven omwille van gedrag dat je kind toont. Laten we even heel eerlijk zijn, is het niet verschrikkelijk vermoeiend om de strijd soms aan te gaan met je kind omdat hij/zij niet doet wat er verwacht wordt, dat hij/zij eerst nog uren je aandacht opeist voor hij/zij gaat slapen, of de commentaren van je puber die absoluut geen zin heeft om te doen wat je vraagt?

“You can’t teach children to behave better by making them feel worse. When children feel better, they behave better.”

Pam Leo

Ik geloof er sterk in dat wanneer we ons het besef rond gedrag en achterliggende motieven eigen maken we ervoor kunnen zorgen dat onze rust bewaard blijft en dat roepen tegen onze kinderen verleden tijd wordt. Gedrag heeft erkenning nodig waarover ook openlijk gecommuniceerd dient te worden. Om crisissen en talk-backs te minimaliseren en als ouder een veilige thuisbasis te creëren is het belangrijk om rekening te houden met enkele belangrijke aspecten:

  • Geef je kind voldoende aandacht doorheen de dag. Geef je kind voldoende complimentjes, vraag hoe het op school was, geef gehoor aan gevoelens, geef voldoende knuffels, …
  • Heb oog voor je eigen manier van omgang met je kind. Hoe is je communicatie? welke boodschappen geef je hem/haar? Op welke manier ga jij in op een back-talk en hoe reageer je als je kind tegen je roept?
  • Geef een zekere controle aan je kind. Positieve controle wat hij/zij nodig heeft om het leven eigen te maken. Dit kan je perfect doen binnen de familiegrenzen, bijvoorbeeld: Moet een kamer elke maandag opgeruimd worden? Kan je ook afspreken met je kind dat het wekelijks dient te gebeuren hij/zij heeft dan zelf de controle wanneer de kamer wordt opgeruimd en door overeengekomen richtlijnen kan je hier ook een gepaste consequentie aan verbinden.
  • Zoals gezegd durven kinderen en jongeren ook een power-strugle opstarten waarin ze je zullen willen uitdagen om te kijken hoe je reageert. Ga hier dan niet op in! Blijf respectvol (kom ik direct nog even op terug), je mag gerust zeggen dat je dit niet apprecieert en dat je pas in gesprek gaat wanneer er met respect gesproken kan worden en ga dan ook weg, verlaat de ruimte. Je kind heeft je niet boos gekregen en zo ligt het volledig bij hem/haar, jou kan niets verweten worden.
  • En wat heel belangrijk is het aanleren van eigen verantwoordelijkheid en inzien dat zijzelf verantwoordelijk zijn voor bepaalde consequenties omwille van de keuzes die ze hebben gemaakt.

Misschien heb je wel de vraag nu van hoe leer je deze verantwoordelijkheid of inzichten? Dat is een heel erg terechte vraag en dit doe je door jezelf de R’s eigen te maken:

  1. Respect: ook wanneer u kind in de fout gaat, is het nog niet nodig om zelf in de verdediging te gaan, om hard te zijn in uw boodschap of enorm streng te zijn. Geef duidelijke limieten en communiceer deze. Wees ook consistent in uw boodschappen en in uw consequentie, laat gedrag niet door de vingers glippen de ene keer wanneer je het de andere keer afstraft.
  2. Related to misbehavior: hiermee wil men bedoelen dat de consequentie die getroffen wordt effectief gerelateerd moet zijn aan gedrag dat gesteld wordt. Als u kind bijvoorbeeld moeite heeft om effectief de playstation af te zetten wanneer je hem/haar aan tafel roept hoef je hem/haar niet te straffen door te zeggen dat je hem/haar niet naar een feestje van zaterdag zul laten gaan. Dat is niet gerelateerd aan het feit dat je kind moeite heeft met de playstation op tijd af te sluiten.
  3. Reasonable in duration: dit wil zeggen dat je de consequentie aan gedrag gaat meten tegenover het gestelde gedrag en dat je ook rekening gaat houden met de leeftijd van het kind. Een jong kind zal gekregen boodschappen minder snel toepassen omdat zij nog snel zaken vergeten, hier is een korte consequentie die je misschien vaker gaat moeten toepassen meer van toepassing dan wanneer je een tiener aanspreekt op gedrag en dit een gevolg geeft. Echter is het natuurlijk wel van belang om ook hier niet te overdrijven in duur van de consequentie.
  4. Revealed In Advance: Dit krijgt van mij heel veel aandacht, waarom? Op voorhand gedrag en consequenties bespreken maakt dat er afspraken gemaakt kunnen worden waarvan je langs beide kanten eigenlijk mede de inhoud kunt reguleren. het is een wederzijdse overeenkomst en zorgt dat er langs beide kanten respect getoond wordt. Het geeft ook veiligheid en zorgt ervoor dat niets zomaar plots op het kind of de jongere afkomt. Ze zijn op de hoogte en krijgen zo zelf verantwoordelijkheden voor gedrag dat zij stellen en zijn zelf verantwoordelijk voor de consequentie die eraan vasthangt. Zij dienen zelf te overwegen of dit een risico is dat zij willen nemen of niet. Het maakt ook mogelijk om vanuit Ik-boodschappen je bezorgdheid te uiten als ouder en duidelijke afspraken te maken.
  5. Repeated back to you: dit is een laatste puntje maar toch niet onbelangrijk. Nadat je gedrag en consequenties hebt besproken, wanneer je duidelijke afspraken met je kind hebt kunnen maken, is het belangrijk dat je de gemaakte afspraken even door je kind laat overlopen. Zo ben je er zeker van dat ze alles goed hebben begrepen en je op dezelfde golflengte zitten. Merk je dan dat je kind toch iets niet goed heeft begrepen dan kan je het gesprek ook nog even verder zetten.

Wil jij als ouder bekeken worden als diegene die altijd roept? Ik denk dat geen enkele ouder dat wil toch? Door na te denken en preventief te werken kun je heel wat situaties die voordien voor escalatie zouden zorgen, voorkomen. Zul je nog eens een slaande deur tegen komen bij je kind? absoluut, maar ze kunnen je niets kwalijk nemen omdat de afspraken gemaakt zijn en door consistent te zijn gaan ze je sneller respecteren en minder tegenstribbelen.

“The meeting of two personalities is like the contact of two chemical substances: if there is any reaction, both are transformed.”

Carl Jung

Onlangs ben ik gestart met een zoektocht naar wetenschappelijke studies en artikelen over en rond mentale verwaarlozing en psychische mishandeling bij kinderen en jongeren. Het is een thema waarin ik mezelf sterk in verdiep en nog verder kennis wil van op doen omdat het een issue is dat, naar mijn gevoel, nog te weinig actueel is.

Uit verschillende bronnen is telkens weer naar voor dat het opsporen ook wel moeizaam verloopt omdat de impact pas later tot het oppervlakte komt, er zijn in eerste instantie geen zichtbare en aantoonbare aanwijzingen van dit soort geweldpleging. Ook voor bewustwording moet er natuurlijk enige ruimte kunnen ontstaan waarin men ook effectief kennis neemt van de impact van het gedrag ten opzichte van een ander, ten opzicht van het kind.

In neem jullie kort even mee naar enkele vormen en de impact van dit thema:

Er is een onderscheid tussen psychische verwaarlozing en psychische mishandeling. Van psychische/emotionele mishandeling is er spraken wanneer een kind door de houding van zijn ouders of verzorgers wordt afgewezen, of wanneer zij vijandigheid uitstralen (het kind wordt bijvoorbeeld uitgescholden of gekleineerd). Ook opsluiten en vastbinden zijn vormen van emotionele mishandeling.

Binnen de psychische/emotionele verwaarlozing maakt men een onderscheid tussen pedagogische verwaarlozing (is er niet genoeg ouderlijk gezag en te weinig structuur in de opvoeding van het kind), educatieve verwaarlozing (staan ouders bijvoorbeeld toe dat hun kind spijbelt, of het kind wordt niet ingeschreven op een school) en emotionele verwaarlozing (waarbij de emotionele behoeften van het kind niet word vervuld, bijvoorbeeld hiervan zijn liefde, warmte, geborgenheid en steun). Dit laatste is het onderdeel waarop ik mezelf in deze blog het meeste ga op verdiepen.

Uit de verschillende artikelen die ik reeds hem mogen lezen is er naar voor gekomen dat emotionele verwaarlozing één van de meest voorkomende soorten van kindermishandeling is. Het komt voor in verschillende vormen bijvoorbeeld het vaak negeren van het gehuil van een baby of geen contact maken met het kind. Bij oudere kinderen kan het gaan om negeren, geen of juist te strenge regels krijgen, gebrek aan genegenheid, ongepast hoge verwachtingen hebben, ontnemen van de ontwikkeling van de eigenheid en niet laten komen tot ontplooiing.

Natuurlijk is het wel belangrijk om volgende punten in ons achterhoofd te houden als we kijken naar emotionele verwaarlozing:

  • Gaat het om langdurige patronen die schadelijk zijn voor het kind?
  • Verwaarlozing is ook deels cultureel bepaald, een cultuur waarin de kinderen zeker op tijd in bed komen te liggen tegeover een cultuur waarbij het vanzelfsprekend is dat kinderen net erg laat opblijven hebben andere ideeën en visies.

Factoren die we het risico op verwaarlozen vergroten is een belangrijke kennisgeving en daarom vind ik het ook belangrijk om enkelen met jullie te delen. Het zijn factoren die in allerhande gezinnen kunnen voorkomen en daarom is het toch wel belangrijk om hier even aandacht op te vestigen.

  • Een slechte relatie tussen ouder en kind.
    • De ouders luisteren niet naar het kind, negeren het of ondernemen geen activiteiten met het kind;
  • Weinig zelfreflectie of zelfvertrouwen bij de ouder;
  • Stress of boosheid bij de ouder;
  • Het gebrek aan draagkracht bij de ouder.
  • Ouders hebben psychische problemen, zijn verslaafd, een licht verstandelijke beperking of hebben agressieproblemen;
  • Een ouder staat er alleen voor, is werkloos of er is sprake van een groot gezin;
  • Slechte leefomstandigheden, bijvoorbeeld door financiële problemen.
  • Het kind heeft een gebrek aan sociale vaardigheden.
    • Het is mogelijk dat het daardoor niet goed zijn behoeften bij zijn ouders kan aangeven.
    • Ook kan het zijn dat het kind door de ouders als moeilijk in de omgang wordt beschouwd.

Verwaarlozing is een vorm van trauma en kent dan ook ernstige gevolgen hebben die ernstiger worden wanneer de verwaarlozing langer duurt en het kind jonger is en kent verschillende uitgangen zoals probleemgedrag dat kan worden onderverdeeld in twee soorten: internaliserend (richt zich naar binnen. Het kind krijgt een negatief zelfbeeld of ziet anderen als onbetrouwbaar en wordt daardoor bijvoorbeeld angstig of depressief) en externaliserend gedrag (gedrag dat zich naar buiten richt. Het kind wordt bijvoorbeeld boos, opstandig of agressief).

Het kan ook leiden tot angst en depressie en kan een invloed hebben op de manier waarop een kind zich aan anderen hecht. Mishandelde kinderen hebben een grotere kans op een vorm van onveilige hechting. Ze zoeken toenadering tot hun ouder(s), maar vertonen ook vermijdend gedrag.

De interactie tussen ouder en kind is bovendien belangrijk voor een goede ontwikkeling van de hersenen. Emotionele verwaarlozing kan ervoor zorgen dat de hersenen van het kind kleiner blijven. Wanneer een ouder niet op zijn kind reageert, is bovendien het stresssysteem van de hersenen van het kind continu geactiveerd. Dit kan leiden tot leer- en concentratieproblemen, gedragsproblemen, verslavingen en psychosomatische klachten (lichamelijke klachten met een vermoedelijk psychische oorzaak).

De draagkracht en veerkracht van een mens is plastisch, dit wil zeggen dat we heel wat te voorduren kunnen krijgen en hier toch nog een uitweg in kunnen vinden. Echter wanneer er constante negatieve boodschappen gegeven worden, wanneer men opgroeit in een toxisch omgeving is die draagkracht en veerkrachtigheid niet altijd zo vanzelfsprekend.

Een overzicht in cijfers volgens de Vertrouwenscentra Kindermishandeling:

Aantal gemelde kinderen naar belangrijkste probleem
Aantal gemelde kinderen naar belangrijkste probleem binnen het VK

Het aantal meldingen in 2018 rond emotionele mishandeling en verwaarlozing, opgedeeld in emotionele mishandeling, getuige van geweld en emotionele verwaarlozing is gestrand op 3112, dat gaat om kinderen en adolescenten en om even verder te bouwen op die cijfers wil ik jullie ook nog even de volgende tabel tonen:

Gemelde problematieken naar leeftijd van het kind
Gemelde problematieken naar leeftijd van het kind binnen het VK

Laat ons alsjeblieft voor nu en altijd onszelf bewust worden van onze houding en de woorden die we gebruiken naar onze kinderen toe, maar ook naar anderen in het algemeen. Aanhoudende negatieve of vijandige houding, constante bekritisering en het weerhouden van u kind om tot ontplooiing te komen heeft, zoals u in deze blog kan zien, wel degelijk geloven voor de verdere ontwikkeling en op het latere welzijn in de volwassenheid.

Gedrag is niet (altijd) zomaar gedrag, kinderen zijn niet gewoon stout en jongeren zijn niet gewoon ettertjes. Achter gedrag gaat vaak heel wat trauma, chronische stress, toxic omgevingen, angst, armoede e.c. schuil. Toch wordt nog vaak het kind bestempelt door het gedrag dat men vertoont waardoor men zich niet open stelt voor de achtergrond van het kind. Maar zoals Frank A. Fecser, CEO of the Positive Education Program aangeeft, is de kans groot dat kinderen of jongeren met een rugzak, de angsten, agressie, trauma’s, projecteren op leerkrachten, ouders, opvoeders, e.c. Hij stelt dat deze kinderen de mensen rondom hen mee trekt in hun crisis waardoor er conflictcyclussen kunnen ontstaan.

All questions pertaining to techniques like punishment and rewards, praise or criticism, permission or verbot, indulgence or authority, encouragement or scolding, and the whole gamut of problems around the setting of limits, and what to do if they are trespassed, are still a “no-man’s land’’ in which everybody can believe what he wants to, quite similar to the state of affairs in which our concept of body health, eating habits, etc. were about 100 years ago. (Redl, cited in Garfat, 1987)

Om niet meegesleept te worden in het conflictcyclus is het aan ons om niet te reageren op het gedrag, er even over na te denken en de vraag te stellen ‘wat heb jij mee gemaakt?’ in plaats van ‘wat is er mis met u?’ We mogen dan ook zeker niet vergeten dat de manier waarop wij reageren binnen zulke conflictsituaties het kind/jongere en/of zelfs volwassenen, verder kunnen beschadigen. Roepen vanuit een boosheid helpt niemand echt verder, helpt ook niet om negatief gedrag om te zetten in positief gedrag, laat me daar heel erg duidelijk in zijn! We dienen ons er van bewust te blijven dat we soms in situaties verstrikt kunnen geraken op een zeer emotioneel en persoonlijk level en het is dan ook belangrijk dat we dit zeker niet mogen vergeten.

Door onze capaciteit om niet te reageren op conflicten, die vaak komen vanuit onmacht, trauma, e.c bewaren wij een zekere rust. Kinderen, jongeren en volwassenen met een rugzak waarbij er nog niet gewerkt is rond verwerking, emoties, e.c. bevinden zich volgens Frank A. Fecser, in een continu staat van alertheid, op zoek naar het gevaar waarvan zij zeker zijn dat het om elke hoek op de loer ligt, een gevoel van continu onzekerheid en dat alles en iedereen tegen hem/haar is, dat niemand nog te vertrouwen is en dat zij op zichzelf gewezen zijn en daardoor een pantser van gedrag creëren om niet bloot gesteld te worden aan die dreigingen. Deze continu staat van alertheid en onzekerheid maakt dat zij onbeschikbaar zijn om te leren en interpreteren ze alledaagse dingen als potentiële dreiging.

Traumatische gebeurtenissen slaan zich op binnen het limbische gebied, het gebied van de emoties, dat zich binnen de rechter hersenhelft bevind. Het gaat hier om indrukken, afbeeldingen en zintuiglijke informatie en is niet toegankelijk voor taal en daarom zijn deze herinneringen zintuiglijk en op gevoelens gebaseerd. We mogen daarom ook niet vergeten dat personen die een hebben meegemaakt, deze herinneringen aan de gebeurtenissen opslaat in dit deel van het geheugen. Belangrijk hierbij is dat een geur, een liedje, een reactie, heel wat herinneringen kan triggeren waardoor de staat van continu alertheid ook blijft aanhouden, rust is geen optie want, zoals Frank A. Fecser steld, kan dat ene geluid of die doordringende geur ervoor zorgen dat men de gehele trauma in zijn volle intensiteit herbeleefd in het hier en nu. Iets waar we ons toch zeker ook wel bewust van dienen te zijn.

Bij trauma is er geen verleden, alleen continu aanwezigheid van gevoelens, op elk moment. Wanneer het wordt geactiveerd, neemt het slachtoffer, volgens Frank A. Fecser, onbewust deel aan herbeleving, waarbij hij zichzelf en anderen in de rol van slachtoffer plaatst , vervolger of redder in een eindeloze zelfvernietigende cyclus. Maar, volgens de neurowetenschappen, kunnen deze gevoelens van angst of chronische stress niet worden beheerd zonder taal. Deze verbinding tussen taal en deze sterke emoties kan wel geleerd worden en dat is iets waar wij hen bij kunnen helpen. Door open te staan voor de persoon die ze zijn en verhaal te halen kunnen wij hen ook wijzen op de negatieve impact van gedrag op het toekomstige leven.

By way of analogy, consider a seed. A seed has within it all the necessary blueprints to develop into the plant it is intended to become. Place it in decent soil, give it adequate sunlight and water, and the seed does what it is supposed to do—it becomes a complete plant.
Consider that sunlight and water are to the plant as love and affection are to the child. If our goal is to grow a strong and healthy plant, we would certainly not withdraw sunlight and water. And if by chance the plant that comes under our care has been placed in poor soil, deprived of sunlight and water, and is now damaged as a result, we would not try to correct this by further depriving it of sunlight and water. Yet, this is exactly what happens in many of our schools and even therapeutic settings. (Frank A. Fecser, 2015)

Klinkt veelbelovend en als ik het artikel over de studie mag geloven, is het dat ook. Het geeft net iets meer inkijk in de ouder als individu met zijn/haar competenties en gebreken.

Make Parenting A Pleasure

Een 12-weken durende studie waarin een ondersteuner groepen ouders (max 10p), laat netwerken en hen ondersteund bij knelpunten. Bij de start van het onderzoek heeft men de ouders enkele vragenlijsten laten invullen die betrekking hebben op symptomen van depressie, rond stress en stressoren, rond sociaal netwerk, het functioneren van het kind, voeding, het testen van de kennis van kind-ontwikkeling en gedrag en enkele indicatoren die zij zelf hebben ontworpen voor deze studie met stellingen als ‘om tot mijn kind zijn/haar noden tegemoet te komen, is het noodzakelijk dat ik goed voor mezelf zorg” (interessante stelling denk ik dan bij mezelf, iemand die zich enorm verdiept in zelfzorg).

Binnen deze 12 weken is er een ouderbijeenkomst van steeds 2 uur, waarin er tijd wordt genomen om terug te komen op de aangeleerde technieken en strategieën (waarin men een soort evaluatie maakt of het een passende techniek/tip/trick was voor deze ouder), ervaringen te delen en nieuwe technieken aan te leren.

Wat mij enorm aantrok aan deze studie was de invulling van de discussie modellen. De onderwerpen die men per sessie bespreekbaar maakte. Zo had men bijvoorbeeld het onderdeel “Getting started”, de eerste module waarin men concepten bespreekt rond het feit dat ouderschap de belangrijkste en meest uitdagende job is die er bestaat, of dat de ouders de fundering zijn van het gezin en dat positieve ouderschaps-skills niet vanzelf komen, maar geleerd dienen te worden en dat dit aspect bij de ene al wat makkelijker verloopt dan bij de andere. Wat een start!

Voor mij is deze studie een verademing omdat het terug naar de basis van het ouderschap gaat. Maar toch ook net iets dieper, het is alleen hier dat we ouders gaan ondersteunen via directe instructies, directe tools maar dat we ook de kwaliteiten gaan versterken om zo de valkuilen rond de minder sterke kwaliteiten, preventief te verkleinen en dan denk ik aan stress en boosheids-management technieken die jou als ouder helpen om toch nog op een positieve manier te kunnen reageren op je kind dat net op dat moment misschien erg zeurt ten gevolge van eigen ervaringen en gebeurtenissen die hij/zij heeft meegemaakt. Het helpt je om je koelte te behouden tijdens stressmomenten en waarbij je kind nog eens extra aandacht vraagt.

Maat dat is nog niet alles! Het zet ook jou als ouder aan het werk om consequent gedrag te vertonen, dat je in eenzelfde situatie, steeds dezelfde boodschap geeft. Een onderdeel wat veiligheid biedt in de opvoeding van je kind en dat standhoudt bij het opgroeien naar een adolescent.

De hulpeloosheid die samengaat met een baby is te wijten aan de onderontwikkeling van hersenen waarbinnen zich neuronen bevinden die de basiscellen zijn van onze hersenen en zenuwstelsel. Deze neuronen staan in voor onderlinge communicatie waardoor we in staat zijn automatische en aangeleerde handelingen te verrichten. Hoewel neuronen zich in een razend snel tempo vermenigvuldigen, zijn ze bij de geboorte nog niet in staat om met elkaar te communiceren. Om van hulpeloosheid naar autonomie te gaan vindt er binnen de eerste twee levensjaren een heel belangrijk proces plaats in onze hersenen. Het is een proces waarbij neuronen met elkaar verbindingen maken dankzij de ervaringen die de baby opdoet (dit proces noemt men synaptogenese). Dankzij de ervaringen die het kind opdoet zullen de neuronen zich ook meer kunnen differentiëren, zich binnen specifieke gebieden nestelen om zo verschillende functies in te nemen. Niet alle neuronen kunnen verbindingen maken en zullen dan afsterven. Ook neuronen waarvan de verbindingen niet functioneel zijn sterven uiteindelijk af. Dit proces vindt plaats om de hersenen en het zenuwstelsel optimaal te kunnen laten functioneren.

Binnen de ontwikkeling van de hersenen, meer bepaald de ontwikkeling van verbindingen tussen de neuronen, mogen we niet vergeten dat de hersenen erg gevoelig zijn voor omgevingsinvloeden. Zo is bijvoorbeeld de zintuiglijke ervaringen van invloed op zowel de omvang van individuele neuronen als op de structuur van hun onderlinge verbindingen. Men stelt ook dat de hersenstructuur en gewicht van de hersenen van een kind dat opgegroeid is in een prikkelrijke omgeving anders is dan dat van een kind uit een prikkelarme omgeving.

Schrik niet af en begin absoluut niet uw baby of kind al onmiddellijk te overvragen! Overstimulatie kent evengoed nadelen als onderstimulatie.

Stimulatie komt voor vanuit verschillende manieren en mogelijkheden. Men stelt dat een pasgeborenen een cyclisch patroon heeft, een periode van actieve slaap waarvan onderzoekers vermoeden dat het een manier is om zichzelf te stimuleren, een soort van autostimulatie. Ook de zintuigen zorgen voor nieuwe info en in die zin dus ook voor autostimulatie. Toch is het van groot belang om onszelf ervan bewust te zijn dat we deze stimulatie actief bevorderen. Je bent jezelf er misschien niet van bewust maar door met je pasgeborenen een wandeling te doen in het park bevorder je actief de stimulatie van je kind. Het doet ervaringen op, ook al is dit niet duidelijk.

De pasgeborenen zal zelf ook acties ondernemen die stimulerend zijn voor zijn/haar ontwikkeling. Zo zal een baby van (ongeveer) tussen de 4 en 8 maanden prettige gebeurtenissen vanuit hun omgeving, die ze toevallig hebben veroorzaakt, proberen te herhalen. Hij/zij zal bijvoorbeeld herhaaldelijk de rammelaar opnemen en die op verschillende manieren schudden om te zien hoe het geluid veranderd.

Contact met de omgeving zoekt een baby ook actief zelf op. Een kind van (ongeveer) tussen de 12 en 18 maanden zal bijvoorbeeld een speeltje laten vallen om te zien hoe de omgeving hierop reageert, het voert eigen mini-experimentjes uit. Via het brabbelen probeert een baby zijn omgeving heel wat zaken duidelijk te maken en informatie te verkrijgen die stimulerend zijn voor zijn/haar ontwikkeling. Ook zal het kind op deze leeftijd heel wat verklaringen vragen voor onverwachte gebeurtenissen.

Stimulerende opvoeding voor een positief zelfbeeld

Wanneer het kind ongeveer één jaar is begint het zichzelf bewust te worden dat het bestaat los van de rest van de wereld. Wanneer we een stipje op de neus zouden zetten en het kind ziet zichzelf in de spiegel, zou het op dat moment het stipje willen wegvegen.

Opvoeding kent een grote invloed op de ontwikkeling van bovengenoemde zelfbesef. Kinderen leren over zichzelf te denken door wat er tegen hen gezegd wordt, door de contacten met anderen, hoe ze behandeld worden door anderen en de ervaringen met de wereld rondom. Bij een stimulerende opvoeding hoort ook een gepaste hechting en gehechtheidsrelatie. De ontwikkeling van hechting is niet alleen een reactie op gedrag van mensen rondom, het is een proces van wederzijdse socialisatie. Dit wil zeggen dat het gedrag van de baby nieuwe responsen van ouders en andere verzorgers oproept en andersom waardoor de cyclus zich voortzet.

Nieuwsgierigheid van het kind mogen we zeker ook niet als onbelangrijk ervaren. Je kent het wel, het kind is tussen de vier en zeven jaar, een fase waarin hij/zij op alles en antwoord lijkt te willen bekomen, tot frustratie van de ouders toe. Het is een periode van nieuwsgierigheid waarin het kind eigenlijk het intuïtief denken ontwikkeld. Dit is het denken waarin tot uiting komt dat peuters/kleuters gretig kennis over de wereld verwerken en primitief leren redeneren. Het kind lijkt voor alles wat ze waarnemen een verklaring te hebben. Dit intuïtief denken bereid het kind later voor op geavanceerde vermogens van redeneren.

Binnen de periode van achttien maand en drie jaar ontwikkeld een kind zelfstandigheid en autonomie wanneer de ouders het verkenningsgedrag stimuleren. Ook kan het kind in deze periode schaamte ontwikkelen en aan zichzelf gaan twijfelen als ze beperkt of overmatig beschermd of gestimuleerd worden. Wanneer kinderen tussen de derde en zesde levensjaar zijn krijgen ze te maken met conflicten tussen verlangen om onafhankelijk te opereren en het schuldgevoel dat voortvloeit uit onbedoelde consequenties van hun acties. Ouders die positief reageren op deze overgang naar onafhankelijkheid kunnen negatieve gevoelens die kenmerkend zijn voor deze periode bij hun kinderen beperken. Door kinderen de gelegenheid te geven zelfstandig te handelen, maar tegelijk ondersteuning en sturing te geven, kunnen ouders het initiatief van kinderen stimuleren. Ouders die deze pogingen tot onafhankelijkheid dwarsbomen zullen bij hun kinderen een schuldgevoel bevorderen dat consequenties kan hebben tot in de volwassenheid. Dit schuldgevoel heeft ook een invloed op het zelfbeeld dat zich ook in deze periode begint te ontwikkelen.

Het soort ouderschap dat wij innemen is dus van groot belang!

Ik wil jullie er daarom ook nog even op wijze dat het erg belangrijk is om een positieve ouderschap in te nemen. Het soort ouderschap waarin je niet alleen consequent bent maar ook duidelijke en consistente regels hanteert. Waarbij je je kinderen op hun beweegredenen voor hun handelingen aanspreekt en verklaringen geeft voor wanneer ze zich op een bepaalde manier zouden moeten gedragen. Ondersteunend ouderschap betekend dat je relatief streng maar tegelijk ook liefdevol en emotioneel ondersteunend bent. Bij een straf geef je ook aan waarom je deze straf geeft en stimuleer je je kind om onafhankelijk te zijn. Binnen een ondersteunend ouderschap vertoon je eigenschappen als warmte, proactief leren, kalme discussie tijdens opvoedingsmomenten en belangsteling voor en betrokkenheid bij de activiteiten van kinderen. Dit reflecteert op je kind die kenmerken zal vertonen van algemene onafhankelijkheid, vriendelijkheid, assertiviteit en zijn coöperatief. Ze zijn sterk gemotiveerd om te presteren en meestal succesvol en aardig, ze kunnen het eigen gedrag reguleren op een effectieve manier wat ook geld voor zowel relaties met anderen als emoties.

De afgelopen maanden is het mij erg opgevallen hoeveel meldingen er over Facebook heen gingen over jongeren die niet (terug) thuis of op hun bestemming waren aangekomen. Bij meldingen als deze gaan de engste gedachten eerst door je hoofd, zeker met alle narigheid die je toch ook vaak te horen krijgt (poging tot kidnapping hier, poging tot kidnapping daar …). De meldingen van de jongeren worden dan ook massaal verspreid in de hoop hen zo snel mogelijk te vinden.

Vaak krijg je ook al een mededeling in de boodschap ‘is van huis gaan lopen’. Wanneer deze boodschap echter wordt vermeld dan komen alle vooroordelen duidelijk in beeld. Mensen, (vaak) onbekenden, die zich geroepen voelen om hun meningen te uitten en zich hier ook niet inhouden en de boodschap die zij overbrengen. Natuurlijk voelt men zich al snel aangesproken om over zaken een mening of idee te vormen, als ouder die het “perfecte” gezinnetje beheerd kan je dan soms ook niet anders dan te veronderstellen dat het de “schuld” is van de ouders, of dat het een “slecht” kind is. MAAR WAAROM!!! Waarom komen deze vooroordelen altijd op de proppen? We kennen het verhaal niet, we kennen geen achtergrond, we weten niet welke situaties die zich al of niet hebben voorgedaan, dus wie zijn wij om de situatie van een ander gezin te vergelijken met dat van onszelf? Is het uit eergevoel, een gevoel ‘ik ben beter’? Staaft het ons ego als ouder of persoon? Denken we dat we het allemaal beter kunnen, zo ja waarom, wie heeft dat recht? Zij wij perfect? Ik alleszins niet!

Het is perfect mogelijk dat een ouder de beste versie van zichzelf geeft in het ouderschap en in zijn opvoeding met alle positiviteit en goede wil van de wereld. Daar tegenover kan het ook perfect zijn dat de jongere de beste versie is van zichzelf. Wat loopt er dan mis? Dat het opvoedingsaanbod niet overeenkomt met de opvoedingsvraag. Het kan je overkomen dat jij als ouders je aanbod moet aansturen om op maat van je jongere op te voeden en dat is niet altijd even makkelijk. Zoek het allemaal maar eens uit, weet het maar eens… Voor opvoeden is geen eenduidige leidraad en dat is ook niet meer als normaal!

Wees als ouder niet te streng voor jezelf of voor je kind, en wees voor andere ouders en kinderen ook niet te streng. Onthoud dat het perfect ok is, om even niet ok te zijn, zowel als persoon maar zeker ook als gezin. Wanneer je dan tegen obstakels aanloopt, praat erover!

Hoe ziet Nederland naar onderwijs-kansen in de jeugdzorg?

Door mijn passie voor jongeren en kinderen in de jeugdzorg staat mijn hoofd nooit stil waardoor ik in het holst van de nacht kan wakker worden met een hele boel vragen.

Eerder uitte ik reeds mijn bezorgdheid rond onderwijskansen in de jeugdzorg. In mijn blog ‘geloof in mij, is wat zij vragen’ heb ik uitgebreid een artikel naar voren gebracht met concrete cijfers rond scholing. Deze cijfers zijn enorm schrijnend en heeft me enorm aan het denken gebracht.

Tijdens mijn werkervaring in de jeugdzorg heb ik altijd jongeren willen aansporen om bewust een pad te bewandelen  en om bewuste keuzes te maken. Ook heb ik altijd geprobeerd om er voor hen allemaal te zijn het is dan ook spijtig dat ik soms in mijn begeleiding werd tegengehouden. Nu is het aan mij om mijn begeleiding verder te zetten, maar dit keer als zelfstandige!

Wat heb ik in gedachten? Een begeleidingsproject waarvan ik de details nog even voor mezelf ga houden. Wel wil ik al meegeven dat het zal gaan om een langdurig ondersteuningstraject voor jongeren in de jeugdzorg die gemotiveerd zijn om hogere studies aan te gaan. Om een goed project uit te schrijven zal ik eerst gesprekken voeren binnen de jeugdzorg in Nederland en daarna in Vlaanderen.

‘Geloof in mij’ is wat zij vragen!

En waarom zouden we dit niet doen?

Al enkele jaren speelt er een bezorgdheid door men hoofd. Deze bezorgdheid gaat om de toekomst van kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Elk kind of jongere verdient het om gesteund en gemotiveerd te worden doorheen de verschillende levensjaren en doorheen hun kinder- en jeugdtijd.

Uit mijn eigen ervaring had ik vooral het gevoel dat er gewerkt werd naar een plaats op de arbeidsmarkt. Dit wanneer er eigenlijk wel enkelen waren die mits een goede ondersteuning en motiverende omgeving, wel de capaciteiten hadden/hebben om verdere studies aan te gaan. Er werd weinig aandacht besteed aan de motivatie van deze jongeren rond scholing. Van een ASO opleiding in een mum van enkele maanden omschakelen naar een beroepsopleiding of deeltijds lerend werken was iets waar niet over gepraat werd. Deze omschakeling werd zonder meer aanvaard, zonder eens stil te staan bij hoe het komt dat deze jongeren deze omschakeling willen/moeten maken. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met deeltijds lerend werken, wanneer dit inderdaad de beste afstudeerrichting is voor die ene jongeren. MAAR!! Laat ons dat absoluut niet normaliseren! 

De jongeren zelf waren ook niet erg overtuigd van hun capaciteiten. Het brak dan ook mijn hart om te zien hoe zij zichzelf enorm neerhaalden. Hoe weinig ze van zichzelf dachten en hoe hardt zij ook hun best deden om zo stoer mogelijk over te komen wanneer ze zichzelf eigenlijk niet goed voelde. Ik blijf het ook erg vinden hoe weinig aandacht er ook ging naar het psychische gedeelte van de ondersteuning die zij kunnen gebruiken. 

Dagelijks komen er vele vragen in me op. De vraag hoe men binnen de jeugdzorg de jongeren motiveert om te gaan voor de job die hen passioneert of om verdere studies aan te gaan is voor mij erg belangrijk. Om voor mezelf een antwoord te bieden ben ik wat gaan opzoeken. Zo kwam ik tot een onderzoek van Caroline Vrijens en Ann Clé dat gepubliceerd is in 2017, namelijk ‘Wij zijn gewone kinderen in een ongewone situatie’. Een redelijk recent onderzoek waarbij men jongeren binnen de jeugdzorg aan het woord hebben gelaten en waarbij men erg duidelijke taal spreekt.

De leefwereld en realiteit van de bevraagde jongeren mist zaken die essentieel zijn om op te groeien tot zelfverzekerde en zelfstandige volwassenen. Jongeren die opgroeien in een jeugdhulpvoorziening verlangen naar een thuisgevoel, naar mensen die hen het gevoel geven dat ze er mogen zijn, die in hen geloven om wie ze zijn. Ze verlangen naar een jeugd zonder vooroordelen en naar menselijke relaties waarop ze nadien ook op kunnen terugvallen.

Geloof in hen om wie ze zijn… Dit is voor mij noodzakelijk, en zou eigenlijk een normaliteit moeten zijn. 48% van de jongvolwassenen die de jeugdhulp verlieten, heeft geen diploma middelbaar onderwijs en slechts 8% heeft een diploma ASO. In de leeftijdscategorie 18-25 heeft slechts 3% van de jongvolwassenen uit de jeugdhulp een bachelor-diploma en geen enkele een masterdiploma. Waarom dit zo is, is de vraag die ik mezelf dan stel.

In het artikel staat dat kinderen in de jeugdhulp vaak laag ingeschat worden. Eén op drie van de jongeren heeft het gevoel te snel te zijn doorverwezen naar technisch-, beroeps-, of buitengewoon onderwijs. Vier op tien gelooft dat ze door hun situatie thuis in een studie onder hun niveau terecht kwamen. Eén op vijf week af van de eigen studiekeuze omdat anderen dachten dat die te zwaar voor hen zou zijn.

Men stelt dat kinderen binnen de jeugdzorg vaak laag worden ingeschat. Men ziet hen nog steeds als problematisch, weinig intelligent, kansloos enzoverder waardoor ze weinig worden uitgedaagd om de lat hoger te leggen. Daartegenover rekent men hen af op slechte schoolresultaten en moeilijk gedrag terwijl schoolse problemen vaak gelinkt zijn aan de complexe situatie waarin ze opgroeien.

Uit het artikel komt ook voort dat er te weinig oog is voor talenten en interesses van jongeren. Veel van de bevraagde jongeren hebben het gevoel dat begeleiders vooral naar problemen kijken en hierdoor hun talenten en interesses over het hoofd zien. Echter is het geloof in iemands mogelijkheden, de lat samen verleggen, dat duwtje in de rug blijven geven net enorm belangrijk!

Wat ik nog enorm verbazingwekkend en hartverscheurend vond was dat wanneer jongvolwassenen uit de jeugdhulp willen verder studeren ze opnieuw afhankelijk zijn van het geloof dat anderen in hen hebben. Jongeren en begeleiders getuigen bijvoorbeeld dat het leefloon soms niet wordt toegekend wanneer het OCMW niet gelooft in de slaagkansen. Hoewel dit zeer afhankelijk is van OCMW tot OCMW blijft het een realiteit die maakt dat bepaalde jongeren geen andere mogelijkheid zien dan on(der)gekwalificeerd meteen op zoek te gaan naar werk. Vaak blijkt ook hun krediet al na één mislukte poging op en zo zag één jongvolwassene op tien zich genoodzaakt te stoppen met studeren omdat hij of zij geen leefloon meer kreeg. 

Ik vind dit alles enorm schrijnend en hartverscheurend, want ook deze jongeren zijn de toekomst en ik heb het gevoel dat zij wel vergeten worden.

Lees gerust het volledige artikel eens door jongeren uit de jeugdzorg

AL snel wisten we van elkaar dat onze kinderwens erg groot was. We hadden elkaar dan ook al op een bepaalde leeftijd leren kennen. Ik was net 25 geworden en wist al op jongere leeftijd dat ik een grote kinderwens had maar ik wist ook dat dit met de juiste moest zijn, en daar stond hij dan… Jaren gingen voorbij en onze kinderwens groeide. Twee jaar en half geleden hebben we dan ook de stap gezet om deze kinderwens in vervulling te brengen. Omdat het maar niet lukte hebben we ons laten testen, met hem alles in orde, met mij echter niet zozeer. Vorige week dinsdag, 10 september 2019, evolueerde mijn kijkoperatie in een effectieve operatie waarbij ze mijn eileiders volledig hebben moeten verwijderen omdat ze onherstelbaar waren… Je houd jezelf groot, je houd jezelf sterk, wetende dat er nog andere opties zijn… Maar dan komt de slag van de hamer en voel je de impakt van je ingreep….

This is me, this is my story and I’m here to share.

%d bloggers liken dit: