Hoe combineert Nederland jeugdzorg en onderwijs?

Hoe ziet Nederland naar onderwijs-kansen in de jeugdzorg?

Door mijn passie voor jongeren en kinderen in de jeugdzorg staat mijn hoofd nooit stil waardoor ik in het holst van de nacht kan wakker worden met een hele boel vragen.

Eerder uitte ik reeds mijn bezorgdheid rond onderwijskansen in de jeugdzorg. In mijn blog ‘geloof in mij, is wat zij vragen’ heb ik uitgebreid een artikel naar voren gebracht met concrete cijfers rond scholing. Deze cijfers zijn enorm schrijnend en heeft me enorm aan het denken gebracht.

Tijdens mijn werkervaring in de jeugdzorg heb ik altijd jongeren willen aansporen om bewust een pad te bewandelen  en om bewuste keuzes te maken. Ook heb ik altijd geprobeerd om er voor hen allemaal te zijn het is dan ook spijtig dat ik soms in mijn begeleiding werd tegengehouden. Nu is het aan mij om mijn begeleiding verder te zetten, maar dit keer als zelfstandige!

Wat heb ik in gedachten? Een begeleidingsproject waarvan ik de details nog even voor mezelf ga houden. Wel wil ik al meegeven dat het zal gaan om een langdurig ondersteuningstraject voor jongeren in de jeugdzorg die gemotiveerd zijn om hogere studies aan te gaan. Om een goed project uit te schrijven zal ik eerst gesprekken voeren binnen de jeugdzorg in Nederland en daarna in Vlaanderen.

Advertenties

‘Geloof in mij’ is wat zij vragen!

‘Geloof in mij’ is wat zij vragen!

En waarom zouden we dit niet doen?

Al enkele jaren speelt er een bezorgdheid door men hoofd. Deze bezorgdheid gaat om de toekomst van kinderen en jongeren in de jeugdzorg. Elk kind of jongere verdient het om gesteund en gemotiveerd te worden doorheen de verschillende levensjaren en doorheen hun kinder- en jeugdtijd.

Uit mijn eigen ervaring had ik vooral het gevoel dat er gewerkt werd naar een plaats op de arbeidsmarkt. Dit wanneer er eigenlijk wel enkelen waren die mits een goede ondersteuning en motiverende omgeving, wel de capaciteiten hadden/hebben om verdere studies aan te gaan. Er werd weinig aandacht besteed aan de motivatie van deze jongeren rond scholing. Van een ASO opleiding in een mum van enkele maanden omschakelen naar een beroepsopleiding of deeltijds lerend werken was iets waar niet over gepraat werd. Deze omschakeling werd zonder meer aanvaard, zonder eens stil te staan bij hoe het komt dat deze jongeren deze omschakeling willen/moeten maken. Begrijp me niet verkeerd, er is niets mis met deeltijds lerend werken, wanneer dit inderdaad de beste afstudeerrichting is voor die ene jongeren. MAAR!! Laat ons dat absoluut niet normaliseren! 

De jongeren zelf waren ook niet erg overtuigd van hun capaciteiten. Het brak dan ook mijn hart om te zien hoe zij zichzelf enorm neerhaalden. Hoe weinig ze van zichzelf dachten en hoe hardt zij ook hun best deden om zo stoer mogelijk over te komen wanneer ze zichzelf eigenlijk niet goed voelde. Ik blijf het ook erg vinden hoe weinig aandacht er ook ging naar het psychische gedeelte van de ondersteuning die zij kunnen gebruiken. 

Dagelijks komen er vele vragen in me op. De vraag hoe men binnen de jeugdzorg de jongeren motiveert om te gaan voor de job die hen passioneert of om verdere studies aan te gaan is voor mij erg belangrijk. Om voor mezelf een antwoord te bieden ben ik wat gaan opzoeken. Zo kwam ik tot een onderzoek van Caroline Vrijens en Ann Clé dat gepubliceerd is in 2017, namelijk ‘Wij zijn gewone kinderen in een ongewone situatie’. Een redelijk recent onderzoek waarbij men jongeren binnen de jeugdzorg aan het woord hebben gelaten en waarbij men erg duidelijke taal spreekt.

De leefwereld en realiteit van de bevraagde jongeren mist zaken die essentieel zijn om op te groeien tot zelfverzekerde en zelfstandige volwassenen. Jongeren die opgroeien in een jeugdhulpvoorziening verlangen naar een thuisgevoel, naar mensen die hen het gevoel geven dat ze er mogen zijn, die in hen geloven om wie ze zijn. Ze verlangen naar een jeugd zonder vooroordelen en naar menselijke relaties waarop ze nadien ook op kunnen terugvallen.

Geloof in hen om wie ze zijn… Dit is voor mij noodzakelijk, en zou eigenlijk een normaliteit moeten zijn. 48% van de jongvolwassenen die de jeugdhulp verlieten, heeft geen diploma middelbaar onderwijs en slechts 8% heeft een diploma ASO. In de leeftijdscategorie 18-25 heeft slechts 3% van de jongvolwassenen uit de jeugdhulp een bachelor-diploma en geen enkele een masterdiploma. Waarom dit zo is, is de vraag die ik mezelf dan stel.

In het artikel staat dat kinderen in de jeugdhulp vaak laag ingeschat worden. Eén op drie van de jongeren heeft het gevoel te snel te zijn doorverwezen naar technisch-, beroeps-, of buitengewoon onderwijs. Vier op tien gelooft dat ze door hun situatie thuis in een studie onder hun niveau terecht kwamen. Eén op vijf week af van de eigen studiekeuze omdat anderen dachten dat die te zwaar voor hen zou zijn.

Men stelt dat kinderen binnen de jeugdzorg vaak laag worden ingeschat. Men ziet hen nog steeds als problematisch, weinig intelligent, kansloos enzoverder waardoor ze weinig worden uitgedaagd om de lat hoger te leggen. Daartegenover rekent men hen af op slechte schoolresultaten en moeilijk gedrag terwijl schoolse problemen vaak gelinkt zijn aan de complexe situatie waarin ze opgroeien.

Uit het artikel komt ook voort dat er te weinig oog is voor talenten en interesses van jongeren. Veel van de bevraagde jongeren hebben het gevoel dat begeleiders vooral naar problemen kijken en hierdoor hun talenten en interesses over het hoofd zien. Echter is het geloof in iemands mogelijkheden, de lat samen verleggen, dat duwtje in de rug blijven geven net enorm belangrijk!

Wat ik nog enorm verbazingwekkend en hartverscheurend vond was dat wanneer jongvolwassenen uit de jeugdhulp willen verder studeren ze opnieuw afhankelijk zijn van het geloof dat anderen in hen hebben. Jongeren en begeleiders getuigen bijvoorbeeld dat het leefloon soms niet wordt toegekend wanneer het OCMW niet gelooft in de slaagkansen. Hoewel dit zeer afhankelijk is van OCMW tot OCMW blijft het een realiteit die maakt dat bepaalde jongeren geen andere mogelijkheid zien dan on(der)gekwalificeerd meteen op zoek te gaan naar werk. Vaak blijkt ook hun krediet al na één mislukte poging op en zo zag één jongvolwassene op tien zich genoodzaakt te stoppen met studeren omdat hij of zij geen leefloon meer kreeg. 

Ik vind dit alles enorm schrijnend en hartverscheurend, want ook deze jongeren zijn de toekomst en ik heb het gevoel dat zij wel vergeten worden.

Lees gerust het volledige artikel eens door jongeren uit de jeugdzorg

Als zwanger worden zo ver weg lijkt

AL snel wisten we van elkaar dat onze kinderwens erg groot was. We hadden elkaar dan ook al op een bepaalde leeftijd leren kennen. Ik was net 25 geworden en wist al op jongere leeftijd dat ik een grote kinderwens had maar ik wist ook dat dit met de juiste moest zijn, en daar stond hij dan… Jaren gingen voorbij en onze kinderwens groeide. Twee jaar en half geleden hebben we dan ook de stap gezet om deze kinderwens in vervulling te brengen. Omdat het maar niet lukte hebben we ons laten testen, met hem alles in orde, met mij echter niet zozeer. Vorige week dinsdag, 10 september 2019, evolueerde mijn kijkoperatie in een effectieve operatie waarbij ze mijn eileiders volledig hebben moeten verwijderen omdat ze onherstelbaar waren… Je houd jezelf groot, je houd jezelf sterk, wetende dat er nog andere opties zijn… Maar dan komt de slag van de hamer en voel je de impakt van je ingreep….

This is me, this is my story and I’m here to share.

Family quote

Onderstaande quote is ideaal voor het beschrijven van een gezin. Het groeien van nieuwe takken, verwelken en in bloei komen van bladeren en het dikker worden van de schors kunnen we vergelijken met het groeien van elk individu binnen een gezin, elke verandering binnen de gezinssituatie en de vele invloeden van de buitenwereld die de schors van het gezin versterken en vullen met levenservaring.

De ideale gezonde pannenkoek!

Sinds kort ben ik opzoek naar gezondere versies van heel wat lekkernijen en gerechten in het algemeen. En hoewel dit niet specifiek te maken heeft met gezinsondersteuning vind ik het toch belangrijk om gerechtjes, ditjes en datjes met jullie te delen. Waarom? Omdat het nu eenmaal ook belangrijk is om onszelf en onze kroost bewust en gezond te laten eten. Hiermee wil ik niet zeggen dat een snoepje hier en daar niet mag! Maar dat wil wel zeggen dat ik opzoek ga naar leuke en, vooral, lekkere alternatieven, vandaar dit ideale gezonde recept voor een pannekoek.

Dit heb je nodig voor deze lekkere havermoutpannenkoek met appel (2p)

  • 75gr fijne havermout (koop ik steeds in de lidl)
  • 150gr griekse yoghurt (max 5% vet)
  • 1 rijpe banaan
  • 1 ei
  • 1/2 teelepel bakpoeder
  • 1/2 teelepel kaneel (en extra voor op de appeltjes)
  • cocosolie (koop ik in de action)
  • 2 appel
  • 4 teelepels agaveciroop (als topping)
  • 2 eetlepel griekse yoghurt (als topping)

Doe de havermout, banaan, het ei, de yoghurt, bakpoeder en kaneel in je blender zodat je een mooi egaal massa hebt. Bak in een pan kleine pan de pannenkoekjes in de cocosolie.

In een andere pan of pot warm je de appeltjes op met een beetje kaneel en eveneens cocosolie.

Stapel de pannenkoekjes, schep er de appeltjes op en schep per bord 1 eetlepel griekse yoghurt op de appeltjes en in een fijn draadje 2 teelepels agaveciroop.

Enjoy en ik hoor graag wat jullie er van vinden.

Geen gevecht, geen gebukt, geen gegil

 

Vechten, bijten, gillen en andere uitdagende gedragingen worden vaak veroorzaakt door een inadequate omgeving of onrealistische eisen. Met een degelijke theoretische onderbouwing en een heldere en tevens nuchtere benadering laat Bo Hejlskov Elvén zien dat probleemgedrag van mensen met autisme en andere ontwikkelingsstoornissen aanzienlijk kan worden verbeterd door deze probleemgebieden te signaleren en te analyseren.

Deze praktische gids geeft aan hoe moeilijke situaties op een andere manier bekeken kunnen worden en biedt eenvoudige en effectieve strategieën om positieve reacties uit te lokken bij de zorggebruiker zonder terug te moeten vallen op het gebruik van fixaties of straf. De methode is gebaseerd op de succesvolle low arousal-benadering en heeft zichzelf inmiddels bewezen. Er wordt toegewerkt naar begrip en rust, waarbij leed, angst en verdriet steeds meer tot het verleden gaan horen en de kwaliteit van bestaan van alle betrokkenen wordt verbeterd. Aan de hand van de vele voorbeelden van mensen met ontwikkelingsstoornissen – van autisme tot het syndroom van Down – zowel bij volwassenen als bij kinderen, laat de auteur zien welke positieve veranderingen kunnen worden bereikt.

Dit boek is van grote waarde voor iedereen die probeert het moeilijk verstaanbare en onproductieve gedrag van mensen met ontwikkelingsstoornissen te begrijpen en op een positieve wijze te benaderen, zowel thuis als in een zorginstelling.

Maar zeker enorm bruikbaar om gedrag van anderen in het algemeen een plaats te geven!