Baby’s en ontwikkeling?

De hulpeloosheid die samengaat met een baby is te wijten aan de onderontwikkeling van hersenen waarbinnen zich neuronen bevinden die de basiscellen zijn van onze hersenen en zenuwstelsel. Deze neuronen staan in voor onderlinge communicatie waardoor we in staat zijn automatische en aangeleerde handelingen te verrichten. Hoewel neuronen zich in een razend snel tempo vermenigvuldigen, zijn ze bij de geboorte nog niet in staat om met elkaar te communiceren. Om van hulpeloosheid naar autonomie te gaan vindt er binnen de eerste twee levensjaren een heel belangrijk proces plaats in onze hersenen. Het is een proces waarbij neuronen met elkaar verbindingen maken dankzij de ervaringen die de baby opdoet (dit proces noemt men synaptogenese). Dankzij de ervaringen die het kind opdoet zullen de neuronen zich ook meer kunnen differentiëren, zich binnen specifieke gebieden nestelen om zo verschillende functies in te nemen. Niet alle neuronen kunnen verbindingen maken en zullen dan afsterven. Ook neuronen waarvan de verbindingen niet functioneel zijn sterven uiteindelijk af. Dit proces vindt plaats om de hersenen en het zenuwstelsel optimaal te kunnen laten functioneren.

Binnen de ontwikkeling van de hersenen, meer bepaald de ontwikkeling van verbindingen tussen de neuronen, mogen we niet vergeten dat de hersenen erg gevoelig zijn voor omgevingsinvloeden. Zo is bijvoorbeeld de zintuiglijke ervaringen van invloed op zowel de omvang van individuele neuronen als op de structuur van hun onderlinge verbindingen. Men stelt ook dat de hersenstructuur en gewicht van de hersenen van een kind dat opgegroeid is in een prikkelrijke omgeving anders is dan dat van een kind uit een prikkelarme omgeving.

Schrik niet af en begin absoluut niet uw baby of kind al onmiddellijk te overvragen! Overstimulatie kent evengoed nadelen als onderstimulatie.

Stimulatie komt voor vanuit verschillende manieren en mogelijkheden. Men stelt dat een pasgeborenen een cyclisch patroon heeft, een periode van actieve slaap waarvan onderzoekers vermoeden dat het een manier is om zichzelf te stimuleren, een soort van autostimulatie. Ook de zintuigen zorgen voor nieuwe info en in die zin dus ook voor autostimulatie. Toch is het van groot belang om onszelf ervan bewust te zijn dat we deze stimulatie actief bevorderen. Je bent jezelf er misschien niet van bewust maar door met je pasgeborenen een wandeling te doen in het park bevorder je actief de stimulatie van je kind. Het doet ervaringen op, ook al is dit niet duidelijk.

De pasgeborenen zal zelf ook acties ondernemen die stimulerend zijn voor zijn/haar ontwikkeling. Zo zal een baby van (ongeveer) tussen de 4 en 8 maanden prettige gebeurtenissen vanuit hun omgeving, die ze toevallig hebben veroorzaakt, proberen te herhalen. Hij/zij zal bijvoorbeeld herhaaldelijk de rammelaar opnemen en die op verschillende manieren schudden om te zien hoe het geluid veranderd.

Contact met de omgeving zoekt een baby ook actief zelf op. Een kind van (ongeveer) tussen de 12 en 18 maanden zal bijvoorbeeld een speeltje laten vallen om te zien hoe de omgeving hierop reageert, het voert eigen mini-experimentjes uit. Via het brabbelen probeert een baby zijn omgeving heel wat zaken duidelijk te maken en informatie te verkrijgen die stimulerend zijn voor zijn/haar ontwikkeling. Ook zal het kind op deze leeftijd heel wat verklaringen vragen voor onverwachte gebeurtenissen.

Stimulerende opvoeding voor een positief zelfbeeld

Wanneer het kind ongeveer één jaar is begint het zichzelf bewust te worden dat het bestaat los van de rest van de wereld. Wanneer we een stipje op de neus zouden zetten en het kind ziet zichzelf in de spiegel, zou het op dat moment het stipje willen wegvegen.

Opvoeding kent een grote invloed op de ontwikkeling van bovengenoemde zelfbesef. Kinderen leren over zichzelf te denken door wat er tegen hen gezegd wordt, door de contacten met anderen, hoe ze behandeld worden door anderen en de ervaringen met de wereld rondom. Bij een stimulerende opvoeding hoort ook een gepaste hechting en gehechtheidsrelatie. De ontwikkeling van hechting is niet alleen een reactie op gedrag van mensen rondom, het is een proces van wederzijdse socialisatie. Dit wil zeggen dat het gedrag van de baby nieuwe responsen van ouders en andere verzorgers oproept en andersom waardoor de cyclus zich voortzet.

Nieuwsgierigheid van het kind mogen we zeker ook niet als onbelangrijk ervaren. Je kent het wel, het kind is tussen de vier en zeven jaar, een fase waarin hij/zij op alles en antwoord lijkt te willen bekomen, tot frustratie van de ouders toe. Het is een periode van nieuwsgierigheid waarin het kind eigenlijk het intuïtief denken ontwikkeld. Dit is het denken waarin tot uiting komt dat peuters/kleuters gretig kennis over de wereld verwerken en primitief leren redeneren. Het kind lijkt voor alles wat ze waarnemen een verklaring te hebben. Dit intuïtief denken bereid het kind later voor op geavanceerde vermogens van redeneren.

Binnen de periode van achttien maand en drie jaar ontwikkeld een kind zelfstandigheid en autonomie wanneer de ouders het verkenningsgedrag stimuleren. Ook kan het kind in deze periode schaamte ontwikkelen en aan zichzelf gaan twijfelen als ze beperkt of overmatig beschermd of gestimuleerd worden. Wanneer kinderen tussen de derde en zesde levensjaar zijn krijgen ze te maken met conflicten tussen verlangen om onafhankelijk te opereren en het schuldgevoel dat voortvloeit uit onbedoelde consequenties van hun acties. Ouders die positief reageren op deze overgang naar onafhankelijkheid kunnen negatieve gevoelens die kenmerkend zijn voor deze periode bij hun kinderen beperken. Door kinderen de gelegenheid te geven zelfstandig te handelen, maar tegelijk ondersteuning en sturing te geven, kunnen ouders het initiatief van kinderen stimuleren. Ouders die deze pogingen tot onafhankelijkheid dwarsbomen zullen bij hun kinderen een schuldgevoel bevorderen dat consequenties kan hebben tot in de volwassenheid. Dit schuldgevoel heeft ook een invloed op het zelfbeeld dat zich ook in deze periode begint te ontwikkelen.

Het soort ouderschap dat wij innemen is dus van groot belang!

Ik wil jullie er daarom ook nog even op wijze dat het erg belangrijk is om een positieve ouderschap in te nemen. Het soort ouderschap waarin je niet alleen consequent bent maar ook duidelijke en consistente regels hanteert. Waarbij je je kinderen op hun beweegredenen voor hun handelingen aanspreekt en verklaringen geeft voor wanneer ze zich op een bepaalde manier zouden moeten gedragen. Ondersteunend ouderschap betekend dat je relatief streng maar tegelijk ook liefdevol en emotioneel ondersteunend bent. Bij een straf geef je ook aan waarom je deze straf geeft en stimuleer je je kind om onafhankelijk te zijn. Binnen een ondersteunend ouderschap vertoon je eigenschappen als warmte, proactief leren, kalme discussie tijdens opvoedingsmomenten en belangsteling voor en betrokkenheid bij de activiteiten van kinderen. Dit reflecteert op je kind die kenmerken zal vertonen van algemene onafhankelijkheid, vriendelijkheid, assertiviteit en zijn coöperatief. Ze zijn sterk gemotiveerd om te presteren en meestal succesvol en aardig, ze kunnen het eigen gedrag reguleren op een effectieve manier wat ook geld voor zowel relaties met anderen als emoties.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

%d bloggers liken dit: